Citaat | Hoge Raad 7 mei 1985
Alinea 91 Hoge Raad 7 mei 1985
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AB9795.
"Op de vroege morgen (kennelijk: van 21 mei 1983) waren mijn broer [betrokkene 3] , [verdachte] en ik in [A] te [plaats] . [verdachte] had toen ver doorlopende bakkebaarden en een snor. De snor en bakkebaarden liepen in elkaar over. Je zou kunnen zeggen dat alleen zijn kin in enge zin niet bebaard was. Ik heb toen in dat café een woordenwisseling gehad met een mij niet bekende man. Na verloop van tijd verliet die man het café en hij trok daarbij de deur van het café keihard voor mijn neus dicht. Ik trok die deur open en zag die man weglopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8313b8ef49bb8ac329e2b9cc2eab979d9a52082634c8dce839b4a31047283. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8313b8ef49bb8ac329e2b9cc2eab979d9a52082634c8dce839b4a31047283, en de alinea staat in dat document op bytes 28126 tot 28710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8313b8ef49bb8ac329e2b9cc2eab979d9a52082634c8dce839b4a31047283 | shasum -a 256