Citaat | Hoge Raad 13 december 1985
Alinea 32 Hoge Raad 13 december 1985
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC3330.
3.2 Voorop moet worden gesteld dat de werknemer recht heeft op doorbetaling van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, indien hij bereid was de bedongen arbeid te verrichten, doch de werkgever daarvan geen gebruik gemaakt heeft, bijv. doordat deze zich, naar achteraf is gebleken ten onrechte, op het standpunt heeft gesteld de werknemer rechtsgeldig te hebben ontslagen. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat in dit geval de werknemer na het ontslag bereid is gebleven de bedongen arbeid te verrichten. Denkbaar is echter - zoals door de Rechtbank dan ook terecht tot uitgangspunt is genomen - dat de werknemer vervolgens met een nieuwe werkgever een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit in zodanige omstandigheden dat de oorspronkelijke werkgever daaruit mag afleiden hetzij dat de bereidheid om de bij de oorspronkelijke overeenkomst bedongen arbeid te verrichten niet langer aanwezig is, hetzij dat, zoals de Rechtbank hier heeft aangenomen, alsnog met het niet geldig gegeven ontslag wordt ingestemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e, en de alinea staat in dat document op bytes 9621 tot 10642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e | shasum -a 256