Citaat | Hoge Raad 13 december 1985
Alinea 35 Hoge Raad 13 december 1985
Een alinea uit Hoge Raad 13 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC3330.
Dit brengt mee dat het eindvonnis van de Rechtbank niet in stand kan blijven, waarbij aantekening verdient dat de tweede zin van de voorlaatste rechtsoverweging van het tussenvonnis, waarin een met voormelde passage uit het eindvonnis vergelijkbare gedachte wordt geuit, in het licht van dat eindvonnis kennelijk als een voorlopig oordeel en derhalve niet als een bindende eindbeslissing moet worden gezien. Na verwijzing zal in het licht van de stellingen van partijen alsnog moeten worden onderzocht of [verweerder] uit de gedragingen van [eiser] in verband met de door deze gesloten overeenkomst met [A] heeft mogen afleiden dat [eiser] toen alsnog met het door hem bestreden ontslag heeft ingestemd. De bewijslast te dezer zake rust op [verweerder].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e, en de alinea staat in dat document op bytes 12903 tot 13669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed8749faf66a64c49905a106cc65922991d4ad0ad6e48ec247f7bcb7fa6db71e | shasum -a 256