Citaat | Hoge Raad 19 juni 1985

Alinea 33 Hoge Raad 19 juni 1985

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8934.

Naar de mening van belanghebbende vloeit uit de bepalingen van het Verdrag van Rome voort dat in het geval dat de burger een strafsanctie wordt opgelegd, het dwingend is voorgeschreven dat de rechter in zijn oordeel kan betrekken de relatie tussen de aard en omvang van de sanctie, het strafbaar feit en de persoon van de dader om aldus tot een werkelijke afweging te kunnen komen. Zoals hiervoor aangegeven is de rechter in dit oordeel in ernstige mate beknot door de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966. Ook in de aangevallen uitspraak geeft het Hof er blijk van zich in zijn oordeel te beperken. Het Hof heeft mitsdien miskend de betekenis en de strekking van bepalingen van het Verdrag van Rome.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dcbb9e1e424c03b47477c9106250d7b5ae9c3f46437b41dec8b3db568b4513d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dcbb9e1e424c03b47477c9106250d7b5ae9c3f46437b41dec8b3db568b4513d, en de alinea staat in dat document op bytes 10782 tot 11497.