Citaat | Hoge Raad 19 juni 1985
Alinea 41 Hoge Raad 19 juni 1985
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8934.
Verhogingen die worden opgelegd op de voet van artikel 18, lid 1, en artikel 21, lid 1, eerste volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna te noemen: de AWR) of, zoals de onderwerpelijke verhoging, op de voet van artikel 16, lid 1, a, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, zijn sancties gesteld op het overtreden van een norm met een algemeen verbindend karakter - namelijk een verwijtbaar handelen of nalaten, waardoor de overheid wordt belemmerd in de heffing van een wettelijk verschuldigde belasting - en de bedoeling van deze verhogingen is dat zij zowel preventief als bestraffend werken. Dat het opleggen van deze verhogingen is onttrokken aan het Nederlandse strafrechtstelsel valt voorts niet terug te voeren op enig oordeel omtrent de strafwaardigheid van het vergrijp, maar berust op overwegingen van doelmatigheid - waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de overweging dat de capaciteit van het strafrechtelijke apparaat niet toereikend is om het grote aantal verhogingen als strafzaken te behandelen - en doet ook niet af aan het preventieve en bestraffende karakter van de onderwerpelijke sanctie, welk karakter mede wordt bevestigd door het bepaalde in de artikelen 18, lid 3, en 21, lid 2, van de AWR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dcbb9e1e424c03b47477c9106250d7b5ae9c3f46437b41dec8b3db568b4513d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dcbb9e1e424c03b47477c9106250d7b5ae9c3f46437b41dec8b3db568b4513d, en de alinea staat in dat document op bytes 13056 tot 14319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7dcbb9e1e424c03b47477c9106250d7b5ae9c3f46437b41dec8b3db568b4513d | shasum -a 256