Citaat | Hoge Raad 1 maart 1985

Alinea 12 Hoge Raad 1 maart 1985

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066.

3.3 Onderdeel 2 van het eerste middel kan evenmin slagen. Het verschoningsrecht van de notaris vindt blijkens het onder 3.1 overwogene zijn grondslag in het algemene maatschappelijk belang dat men zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het aan hem toevertrouwde tot hem als vertrouwenspersoon kan wenden, en derhalve niet in het individuele belang van degenen die van zijn bijstand gebruik maken. Daarom kan niet worden aanvaard de in het onderdeel verdedigde opvatting dat de omstandigheid dat het verhoor van de Rechter-Commissaris plaatsvindt op verzoek van de bewindvoerders in de surséance van de belanghebbende vennootschappen, de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht zou opheffen. Dit geldt ook indien – zoals het onderdeel tot uitgangspunt neemt – deze vennootschappen de notaris uit zijn geheimhoudingsplicht zouden hebben ontslagen. Een andere opvatting zou er immers toe leiden dat het oordeel omtrent de geloofwaardigheid van hen die zich tot de betreffende vertrouwenspersoon hebben gewend, ongunstig zou kunnen worden beïnvloed door hun weigering hem uit zijn geheimhoudingsplicht te ontslaan, zodat de vrees dat zij daardoor naderhand tot een zodanig ontslag zouden worden genoopt hen ervan zou kunnen weerhouden de hulp van die vertrouwenspersoon in te roepen of zich vrijelijk tegenover hem uit te spreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94fbfbef2f51a449e726c4ca381e3a8cae9fd1e1a23725775403cab4ec4c8ee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94fbfbef2f51a449e726c4ca381e3a8cae9fd1e1a23725775403cab4ec4c8ee1, en de alinea staat in dat document op bytes 11441 tot 12808.