Citaat | Hoge Raad 1 maart 1985
Alinea 8 Hoge Raad 1 maart 1985
Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066.
1. Het geding in feitelijke instanties Ingevolge art. 223b F. is notaris Maas op 16 en 31 december 1982 desverzocht verschenen voor de Rechter-Commissaris in de aan voornoemde vennootschappen verleende surséances van betaling. Na aanvankelijk te hebben geweigerd ook maar een enkele van de hem toen voorgelegde vragen te beantwoorden, zich beroepend op verschoningsrecht, ontleend aan zijn ambt, heeft hij tenslotte slechts de eerste vraag ten dele beantwoord. Nadat het beroep op verschoningsrecht van de zijde van de notaris was toegelicht, heeft de Rechter-Commissaris bij beschikking van 17 januari 1983 de getuige gelast de in die beschikking opgenomen vragen, voor zover nog niet beantwoord, alsnog te beantwoorden. Tegen deze beschikking heeft de notaris hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 23 december 1983 heeft het Hof de beschikking van de Rechter-Commissaris vernietigd en opnieuw beschikkende, verstaan dat de getuige, notaris Maas, zich van het afleggen van getuigenis met betrekking tot de door hem nog niet beantwoorde vragen, zoals vermeld in de vernietigde beschikking, kan verschonen en derhalve bepaald dat de getuige die vragen niet behoeft te beantwoorden. De beschikking van de Rechter-Commissaris en de beschikking van het Hof zijn aan deze beschikking gehecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94fbfbef2f51a449e726c4ca381e3a8cae9fd1e1a23725775403cab4ec4c8ee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94fbfbef2f51a449e726c4ca381e3a8cae9fd1e1a23725775403cab4ec4c8ee1, en de alinea staat in dat document op bytes 5415 tot 6832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94fbfbef2f51a449e726c4ca381e3a8cae9fd1e1a23725775403cab4ec4c8ee1 | shasum -a 256