Citaat | Hoge Raad 6 mei 1986

Onder 5.2. Hoge Raad 6 mei 1986

Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9411.

Overwegende, dat ter 's hofs terechtzitting , zakelijk weergegeven, heeft verklaard: [verdachte] , als verdachte: "In de periode vóór 5 november 1983 heb ik een aantal malen in de omgeving van de plaats, waar door het bedrijf B.V. [bedrijf] in de uiterwaarden in de gemeente Neerijnen te Opijnen een werk werd uitgevoerd, een man zien lopen, die tegen mij zei dat hij bij dat werk hoorde. Op zaterdag 5 november 1983 kwam ik die man daar weer tegen en ik heb hem gevraagd of ik een aantal perkoen palen kon kopen. Hij zei mij dat ik de helft kon krijgen. Ik heb toen van hem ongeveer 120 perkoen palen voor een bedrag van ƒ 375,-- gekocht. Ik heb hem contant betaald. Ik heb mijn broer gevraagd of hij met de tractor die palen wilde ophalen. Op de aanhangwagen van de tractor lag een kabeltouw. Dit touw is ongeveer 40 meter lang. Ik herken het ter terechtzitting aanwezige touw aan zijn lengte en aan de daarop voorkomende slijtageplekken. Ik heb na de aankoop van de palen die bewuste man niet meer gezien."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9cd04084e927289f99432870e8fc0968d62ddb648e3bdc51265073344fe748. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9cd04084e927289f99432870e8fc0968d62ddb648e3bdc51265073344fe748, en de alinea staat in dat document op bytes 15216 tot 16303.