Citaat | Hoge Raad 6 mei 1986

Onder 5.4. Hoge Raad 6 mei 1986

Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9411.

Het Hof heeft voor zijn oordeel dat het hiervoor onder 5.3 weergegeven gedeelte van de verklaring van de verdachte voor leugenachtig moet worden gehouden en alleen diende ter bemanteling van de waarheid, voldoende grondslag kunnen vinden in de vastgestelde feiten en omstandigheden, vervat in de overige voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen. Uitgaande van dit oordeel, dat als van feitelijke aard in cassatie niet op zijn juistheid kan worden onderzocht, heeft het Hof evengenoemd gedeelte uit de verklaring van de verdachte alsmede de verklaring van de getuige [getuige 2] redengevend kunnen achten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9cd04084e927289f99432870e8fc0968d62ddb648e3bdc51265073344fe748. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9cd04084e927289f99432870e8fc0968d62ddb648e3bdc51265073344fe748, en de alinea staat in dat document op bytes 22650 tot 23267.