Citaat | Hoge Raad 12 september 1986

Alinea 32 Hoge Raad 12 september 1986

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC2628.

3.2 Onderdeel 1 a van het middel richt zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat [eiser] bij het voormelde gesprek met [betrokkene 1] op 1 mei 1982 wist dat deze een medewerker van [verweerster] was. De Rechtbank heeft dit oordeel mede gegrond op de door haar geciteerde verklaring van [eiser] zelf, waarbij de Rechtbank kennelijk hetgeen daaruit omtrent de wetenschap van [eiser] naar voren komt, heeft betrokken op de situatie op 1 mei 1982 en niet op die ten tijde van het getuigenverhoor. Dit oordeel is feitelijk en in het licht van het citaat niet onbegrijpelijk. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eef031b7057d2b1ae2eb827c35076039b8f2a7bd4427616863e7dd389a749d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eef031b7057d2b1ae2eb827c35076039b8f2a7bd4427616863e7dd389a749d40, en de alinea staat in dat document op bytes 9943 tot 10591.