Citaat | Hoge Raad 12 september 1986
Alinea 38 Hoge Raad 12 september 1986
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC2628.
Ook deze klacht faalt. De vraag in hoeverre op een werkgeefster een onderzoeksplicht rust ter zake van de werkelijke bedoeling van de mededelingen of gedragingen van haar werknemer, waaruit zij een ontslagneming heeft menen te mogen afleiden, kan slechts worden beantwoord in het licht van de omstandigheden en is derhalve sterk verweven met de feiten. Dat de Rechtbank in het onderhavige geval niet heeft aangenomen dat [verweerster] in enige onderzoeksplicht is tekort geschoten, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is in het licht van de gedingstukken ook niet onbegrijpelijk, mede gelet op de functie van de onderhavige werknemer, die meebrengt dat hij in beginsel geacht kan worden over voldoende vaardigheden te beschikken om de draagwijdte van zijn verklaringen en gedragingen te overzien, alsmede op de omstandigheid dat hier aan de werknemer nog enige tijd is gelaten om op zijn verklaring terug te komen. In het oordeel van de Rechtbank ligt voorts besloten dat [eiser] heeft moeten begrijpen hoe zijn mededelingen en gedragingen door [verweerster] zouden worden opgevat. Voor zover het onderdeel een andere eis bedoelt te stellen, vindt het geen steun in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eef031b7057d2b1ae2eb827c35076039b8f2a7bd4427616863e7dd389a749d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eef031b7057d2b1ae2eb827c35076039b8f2a7bd4427616863e7dd389a749d40, en de alinea staat in dat document op bytes 13122 tot 14331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eef031b7057d2b1ae2eb827c35076039b8f2a7bd4427616863e7dd389a749d40 | shasum -a 256