Citaat | Hoge Raad 13 juni 1986

Alinea 27 Hoge Raad 13 juni 1986

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC3112.

Bij arrest van 11 april 1984 heeft het Hof [verweerster] niet ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen het op 25 april 1980 in conventie en in reconventie gewezen vonnis en de op 22 mei 1981 en 7 mei 1982 in conventie en in reconventie gewezen vonnissen vernietigd, alsmede [eisers] veroordeeld – des dat de één betalende, de ander gekweten zal zijn – aan [verweerster] te betalen f. 80.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding, te weten 7 november 1978 tot aan de dag der voldoening met vanwaardeverklaring van het bij inleidende dagvaarding d.d. 7 november 1978 aan eiser tot cassatie sub 1 betekende conservatoire beslag en ontzegging aan [verweerster] van het meer of anders gevorderde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965, en de alinea staat in dat document op bytes 7662 tot 8414.