Citaat | Hoge Raad 13 juni 1986

Alinea 43 Hoge Raad 13 juni 1986

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC3112.

3.3 Onderdeel b van middel I in het principale beroep faalt eveneens. Ervan uitgaande dat [eiser 1] [verweerster] heeft bewogen tot het aangaan van een overeenkomst met [C] , in het kader waarvan [verweerster] onder meer mocht verwachten f. 80.000,-- van [D] te ontvangen, heeft het Hof geen rechtsregel geschonden door de schade die door [verweerster] als gevolg van het onrechtmatig handelen van [eiser 1] is geleden, op f. 80.000,-- te stellen. Mede in het licht van wat onder 3.5 nog zal worden overwogen, mocht het Hof er immers van uitgaan dat de overeenkomst was tot stand gekomen en in stand was gebleven; het behoefde zich daarom niet te begeven in een onderzoek van de mogelijkheden die [verweerster] zou hebben gehad om betaling van haar vordering op [eiseres 2] te verkrijgen, wanneer zij van die overeenkomst zou hebben afgezien, omdat zij tijdig met de werkelijke waarde van de vordering op [D] bekend zou zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965, en de alinea staat in dat document op bytes 12824 tot 13808.