Citaat | Hoge Raad 13 juni 1986

Alinea 44 Hoge Raad 13 juni 1986

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC3112.

3.4 Middel II in het principale beroep treft evenwel doel. [verweerster] heeft in de feitelijke instanties haar vordering, voor zover gegrond op het jegens haar door [eiser 1] gewekte vertrouwen omtrent de waarde van de vordering op [D] (bij repliek in het petitum onder ‘’subsidiair’’ gespecificeerd), uitsluitend tegen [eiser 1] en niet mede tegen [eiseres 2] gericht. ’s Hofs arrest zal op dit punt derhalve niet in stand kunnen blijven. De Hoge Raad kan zelf recht doen en zal de door het Hof toegewezen vordering, voor zover tegen de B.V. gericht, alsnog afwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965, en de alinea staat in dat document op bytes 13857 tot 14449.