Citaat | Hoge Raad 13 juni 1986
Alinea 45 Hoge Raad 13 juni 1986
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC3112.
3.5 Onderdeel 1a van middel I in het incidentele beroep richt zich tegen het oordeel, vervat in ’s Hofs zevende rechtsoverweging, dat het aan de rechter niet vrijstaat ‘’een overeenkomst nietig te verklaren in een geding, waarin niet al degenen, die bij die overeenkomst partij waren, betrokken zijn’’. In de eerste plaats mist het onderdeel feitelijke grondslag, voor zover het ervan uitgaat dat in de zienswijze van het Hof de overeenkomst van 27 juli 1976 een driepartijenovereenkomst was, te weten een overeenkomst tussen [verweerster] , [C] en [eiseres 2] in stede van een overeenkomst tussen [verweerster] en [C] . In de tweede plaats gaat het onderdeel ook voor het eerste geval uit van een onjuiste rechtsopvatting, nu een vordering tot vernietiging van een overeenkomst wegens een wilsgebrek, dient te worden gericht tegen allen die, met de eiser, partij bij die overeenkomst zijn. In het onderhavige geval is de vordering echter niet (mede) gericht tegen [C] , die ook in de zienswijze van het onderdeel partij bij de overeenkomst was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965, en de alinea staat in dat document op bytes 14498 tot 15604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/855aba4b24a3a0a0140620a9c3c88f3b6039dc48cd5257a123b2109999b21965 | shasum -a 256