Citaat | Hoge Raad 31 januari 1986
Alinea 21 Hoge Raad 31 januari 1986
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9216.
Het incidentele verzoek dat ertoe strekt zich tegen het overleggen van voornoemde stukken te verzetten, moet worden afgewezen: niet betwist is dat deze stukken tijdig te voren aan de advocaat van [eiser] in afschrift waren toegezonden, terwijl de omvang van die stukken niet van dien aard is dat uit dien hoofde tegen overlegging bezwaar kan bestaan. Wel moet worden aangetekend dat, voor zover E & L zich op de inhoud van die stukken heeft beroepen ter bestrijding van het eerste middel van cassatie, dat beroep haar niet kan baten in verband met het bepaalde in art. 419 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd6e6ed4f97722ff4d526e719577e5a7f999c0fefe6e69bd1f260c42d15d4aff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd6e6ed4f97722ff4d526e719577e5a7f999c0fefe6e69bd1f260c42d15d4aff, en de alinea staat in dat document op bytes 6257 tot 6850.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd6e6ed4f97722ff4d526e719577e5a7f999c0fefe6e69bd1f260c42d15d4aff | shasum -a 256