Citaat | Hoge Raad 28 november 1986

Alinea 18 Hoge Raad 28 november 1986

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9604.

Verweerder in cassatie - verder te noemen [verweerder] - heeft bij exploot van 4 november 1982 eiseres tot cassatie - verder te noemen de Raad - gedagvaard voor de Rechtbank te Zutphen en gevorderd dat [verweerder] wel en terecht in verzet is gekomen tegen het in de inleidende dagvaarding vermelde executoriaal beslag en dit derhalve zal worden verklaard te zijn opgeheven althans gedeeltelijk te zijn opgeheven en wel voor zover het de gedeeltelijke opheffing betreft voor dat deel waarvoor ten onrechte d.d. 27 oktober 1981 een veroordeling is uitgesproken, subsidiair dat [verweerder] wel en terecht in verzet is gekomen tegen voormeld executoriaal beslag voor zover het beslag is gelegd voor in hoofdsom meer dan f. 71,50 en dat voor het meerdere het beslag geacht wordt te zijn opgeheven, met veroordeling van de Raad om aan [verweerder] te vergoeden alle kosten, schaden en interessen, die deze door en ten gevolge van het leggen en liggen van het beslag heeft geleden, lijdt en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de Wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66ea8e5623da982da2d897d140e2985ef2f9886b7da188eca2f3a3355a38f827. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66ea8e5623da982da2d897d140e2985ef2f9886b7da188eca2f3a3355a38f827, en de alinea staat in dat document op bytes 5138 tot 6213.