Citaat | Hoge Raad 8 september 1987

Onder 4.4.1. Hoge Raad 8 september 1987

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC1218.

Bij de beantwoording van de vraag naar de gevolgen van een overschrijding van de termijn, bedoeld in de in het middel genoemde verdragsbepalingen, is het van belang een tweede onderscheid te maken, en wel tussen (I) de gevallen waarin de verdachte moet leven onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging en de daaruit mogelijk voortvloeiende oplegging en tenuitvoerlegging van straf(fen) en/of maatregel(en) welke vrijheidsbeneming medebrengen, en (II) de - uit de aard der zaak de betrokkene minder belastende - gevallen waarin de betrokkene nog slechts onder ogen behoeft te zien dat een vordering tot onttrokkenverklaring aan het verkeer van inbeslaggenomen goederen aan het oordeel van de rechter wordt of zal worden onderworpen nadat de strafvervolging voor het overige is beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbee4175b6c6582d4ebc80c5dcab4ee8e461f7e9e985996aa5768b064458c2d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbee4175b6c6582d4ebc80c5dcab4ee8e461f7e9e985996aa5768b064458c2d5, en de alinea staat in dat document op bytes 35109 tot 35918.