Citaat | Hoge Raad 8 september 1987
Onder 4.5.1. Hoge Raad 8 september 1987
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC1218.
Bij de beantwoording van de vraag of de Rechtbank zonder miskenning van art. 6, eerste lid, EVRM en art. 14, derde lid aanhef en onder c, van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke rechten tot het - in de bestreden beschikking besloten liggende - oordeel is kunnen komen, dat de behandeling van de onderhavige vordering van de Officier van Justitie heeft plaats gevonden binnen de in die verdragsbepalingen bedoelde redelijke termijn, moet worden vooropgesteld, dat evenbedoeld oordeel in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst, omdat het mede afhankelijk is van de waardering van de feitelijke omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak welke tot de inbeslagneming van de 1673 kartons overhemden heeft geleid, het gedrag van [klaagster] en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbee4175b6c6582d4ebc80c5dcab4ee8e461f7e9e985996aa5768b064458c2d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbee4175b6c6582d4ebc80c5dcab4ee8e461f7e9e985996aa5768b064458c2d5, en de alinea staat in dat document op bytes 36993 tot 37859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbee4175b6c6582d4ebc80c5dcab4ee8e461f7e9e985996aa5768b064458c2d5 | shasum -a 256