Citaat | Hoge Raad 6 december 1988

Alinea 32 Hoge Raad 6 december 1988

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 1988, ECLI:NL:HR:1988:AB9608.

IV. Schending en/of verkeerde toepassing van het recht en/of verzuim van op straffe van nietigheid in acht te nemen vormen in het bijzonder van artikel 112 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering door dien het Gerechtshof in zijn beschikking van 25 februari 1988 heeft overwogen: “De diverse processen-verbaal van huiszoeking moeten aldus worden opgevat dat de Rechter-Commissaris bij alle – onder zijn leiding staande huiszoekingen aanwezig is geweest, doch kennelijk niet gedurende de gehele duur van deze huiszoekingen. Dit betekent echter niet dat inbreuk is gemaakt op de waarborg die besloten ligt in het bepaalde in artikel 112 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering. Voor deze waarborg is voldoende dat de Rechter-Commissaris, als onafhankelijk rechterlijk persoon, de supervisie heeft gehad over de daadwerkelijk hantering van het zo diep ingrijpende dwangmiddel van de huiszoeking. Met name is niet vereist dat de Rechter-Commissaris bij elke huiszoeking van het begin tot het einde steeds lijfelijk aanwezig is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/751bac7496f17b2405bf17a11f095e3ad24ffe5012cab40b6e3afbdb96652cda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 751bac7496f17b2405bf17a11f095e3ad24ffe5012cab40b6e3afbdb96652cda, en de alinea staat in dat document op bytes 14678 tot 15729.