Citaat | Hoge Raad 7 april 1989
Alinea 37 Hoge Raad 7 april 1989
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9740.
3.1 De Gemeente heeft gesteld dat [eiser 1] en [eiseres 2] in hun cassatieberoep niet kunnen worden ontvangen, omdat zij geen eigen recht tegen de Gemeente kunnen doen gelden en hun rol zich slechts beperkt tot steunverlening aan [A] bij de verdediging van haar reconventionele vordering tot in-de-plaatsstelling. Die stelling is onjuist. De Kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 22 mei 1986 overwogen dat [eiser 1] en [eiseres 2] belang hebben bij die steunverlening. Op grond daarvan heeft de Kantonrechter [eiser 1] en [eiseres 2] bij dat vonnis toegelaten als tussenkomende partij. Tegen die beslissing is in hoger beroep bij de Rechtbank geen grief aangevoerd. Er moet derhalve van worden uitgegaan dat [eiser 1] en [eiseres 2] zowel in eerste aanleg als in appèl partij in dit geding zijn geworden. Zij hebben als zodanig de bevoegdheid beroep in cassatie tegen het vonnis van de Rechtbank in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6, en de alinea staat in dat document op bytes 9221 tot 10153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6 | shasum -a 256