Citaat | Hoge Raad 7 april 1989

Alinea 38 Hoge Raad 7 april 1989

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9740.

3.2 Aangezien het hier echter - gezien ook de genoemde overweging van de Kantonrechter en een overeenkomstige overweging van de Rechtbank in hoger beroep (r.o. 2) - niet om tussenkomst in enge zin, maar om voeging (van [eiser 1] en [eiseres 2] aan de zijde van [A]) ging, zijn [eiser 1] en [eiseres 2] in hun cassatieberoep slechts ontvankelijk voor zover ingesteld tegen de Gemeente en niet voor zover ingesteld tegen Mr. Van Gils q.q.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6, en de alinea staat in dat document op bytes 10169 tot 10618.