Citaat | Hoge Raad 7 april 1989

Alinea 42 Hoge Raad 7 april 1989

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9740.

Het voorgaande brengt mee dat het eerste onderdeel faalt. Het mist feitelijke grondslag voor zover het erover klaagt dat de Rechtbank heeft geoordeeld dat zij de vordering in conventie het eerst moest behandelen, onderscheidenlijk dat de omstandigheid dat de huurder wanprestatie heeft gepleegd van zodanige ernst dat zij in beginsel een ontbinding rechtvaardigt, onder alle omstandigheden aan toepassing van art. 1635 in de weg staat. Uitgaande van het vorenoverwogene kan voorts ook niet worden gezegd dat de motivering van de Rechtbank in het licht van de gedingstukken tekortschiet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12346 tot 12984.