Citaat | Hoge Raad 7 april 1989
Alinea 44 Hoge Raad 7 april 1989
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9740.
Ook deze onderdelen falen. De Rechtbank heeft terecht in aanmerking genomen dat een overeenkomst van onderhuur - anders dan in de gevallen waarin art. 1623 k van toepassing is - aan de onderhuurder geen zelfstandig recht jegens de verhuurder geeft. Voorts is van betekenis dat bij de toepassing van art. 1635 in beginsel slechts de belangen van de huurder en de verhuurder tegen elkaar worden afgewogen, zij het dat de wet niet uitsluit om daarbij als een van de in art. 1635 lid 2 bedoelde omstandigheden ook het belang van de voorgestelde opvolgende huurder, die reeds onderhuurder is, in aanmerking te nemen. Door in dit licht voormeld betoog van [eiser 1] en [eiseres 2] te verwerpen heeft de Rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, noch ook heeft zij haar met feitelijke waarderingen verweven oordeel dienaangaande onvoldoende gemotiveerd. Ook de klacht dat de Rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden, faalt, nu hetgeen zij op het in de klacht bedoelde punt uit de stukken heeft afgeleid, berust op gevolgtrekkingen die in het licht van die stukken niet onbegrijpelijk zijn en geen nadere motivering behoefden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6, en de alinea staat in dat document op bytes 13415 tot 14609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba0405fd427b79145befd27f744e876e6d58c908de0856be1562af1bb129e1b6 | shasum -a 256