Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989
Alinea 34 Hoge Raad 27 januari 1989
Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0607.
3.2 Voor zover onderdeel 2 van het middel — onderdeel 1 is slechts een inleiding — erover klaagt dat het Hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden, mist het feitelijke grondslag. Uit de stukken van het geding — onder meer punt 26 sub a van Storks memorie van grieven — blijkt immers dat Stork heeft aangevoerd dat [eiser] op het tijdstip van indiening van de afgesplitste aanvrage welke tot de verlening van het octrooi heeft geleid, wist dat er een verschil werd gemaakt tussen een uithaalorgaan dat met een rechtlijnige beweging in de vogel wordt gebracht en een inrichting waarbij zulks met een kromlijnige beweging gebeurt, terwijl Stork zich blijkens de gedingstukken ook heeft beroepen op hetgeen uit Storks octrooiaanvrage 71.00142 aan [eiser] bekend was of kon zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474, en de alinea staat in dat document op bytes 10274 tot 11080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474 | shasum -a 256