Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 37 Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0607.

Deze in de Nederlandse rechtspraak ontwikkelde opvatting kan ook na de inwerkingtreding van de Rijkswet van 12 januari 1977, Stb. 160, waarbij art. 30 lid 2 Rijksoctrooiwet is ingevoegd, tot uitgangspunt worden genomen, evenwel met inachtneming van het daarin vervatte voorschrift, inhoudende dat het uitsluitend recht ‘’wordt bepaald door de inhoud van de conclusies van het octrooischrift, waarbij de beschrijving en de tekeningen dienen tot uitleg van die conclusies’’. Daarbij moet worden uitgegaan van de strekking van dit voorschrift, zoals deze blijkt uit de memorie van toelichting op de Rijkswet van 12 januari 1977 en de daarin vervatte verwijzing naar het interpretatief protocol bij het Europees Octrooiverdrag. Die strekking is, het midden te houden tussen twee uitersten (de ‘’Angelsaksische’’ onderscheidenlijk de ‘’Duitse’’ leer) en aldus, in de bewoordingen van het protocol, ‘’a fair protection for the patentee’’ te combineren met ‘’a reasonable degree of certainty for third parties’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474, en de alinea staat in dat document op bytes 11821 tot 12880.