Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 38 Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0607.

3.4 Voorts moet worden aangenomen dat naar 's Hofs oordeel de kromlijnige beweging van de stang van het uithaalorgaan, zoals toegepast door Stork, het wezen van de uitvinding waarop aan [eiser] octrooi is verleend niet raakt. Het Hof heeft immers in zijn rov. 13 uitdrukkelijk onderschreven het oordeel van de door de President van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch benoemde deskundigen in hun tot de gedingstukken behorend rapport van januari 1984 (pagina 16), welk oordeel door het Hof verkort is weergegeven en in zijn volledige tekst op dit punt luidt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474, en de alinea staat in dat document op bytes 12929 tot 13498.