Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 48 Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0607.

4.2 De onderdelen 1 tot en met 11 van het middel klagen over de motivering waarmee het Hof de grieven I tot en met VI en X heeft verworpen. Deze grieven strekken alle ter bestrijding van het oordeel van de Rechtbank (rov. 7 van haar eindvonnis) dat de kogelvormige uitvoering van de uiteinden van het uithaalorgaan een betere oplossing biedt voor het ‘’beschadigingsprobleem’’ dan de bestaande, alleen stompe, uitvoering van die uiteinden. Het in die grieven neergelegde standpunt van Stork dat de kogelvorm geen technisch voordeel heeft respectievelijk geen technische verbetering is, heeft het Hof blijkens rov. 3 van zijn — in cassatie niet bestreden — tussenarrest aldus opgevat ‘’dat volgens Stork de kogelvorm geen andere funktie en geen andere werking heeft dan de bekende vormen van het in conclusie 1 bedoelde uiteinde van het verlengstuk, anders gezegd: dat de bekende vormen en de kogelvorm hetzelfde ‘’probleem’’ oplossen en wel op in wezen dezelfde wijze’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474, en de alinea staat in dat document op bytes 17092 tot 18104.