Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 55 Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0607.

De tegen rov. 10 gerichte klachten stuiten op het hiervoor onder 4.2 overwogene af voor zover zij uitgaan van de gegrondheid van de onderdelen 1–11. Voor het overige falen zij omdat het Hof kennelijk en in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk uit de omstandigheid dat de Octrooiraad octrooi heeft verleend voor de kogelvormige uitvoering, heeft afgeleid dat die uitvoeringsvorm naar het oordeel van de Octrooiraad ook ten opzichte van de vorm van het uiteinde van het uithaalorgaan zoals dit was beschreven in de voor de toenmalige stand der techniek maatgevende octrooiaanvrage 71.00142, voldoende inventief is. Het hof heeft aldus geen onduidelijkheid laten bestaan over het ‘’beeld’’ dat de Octrooiraad zich had gevormd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02351d5b7ac7a2916bb861ac7f0325f012b54bc4cf01f7fd03a5e9e8926aa474, en de alinea staat in dat document op bytes 19881 tot 20642.