Citaat | Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 35 Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0608.

Vervolgens heeft [verweerder] in de zaak die thans aan de orde is, in eerste aanleg van Jamin betaling gevorderd van een bedrag waarop hij nog aanspraak meent te kunnen maken uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Jamin heeft de vordering bestreden en in reconventie onder meer terugbetaling van voormelde vergoeding geëist, stellende dat de arbeidsovereenkomst nietig is. De Rechtbank heeft in hoger beroep die stelling als juist aanvaard maar geoordeeld dat de eis tot terugbetaling van de door de Kantonrechter op grond van art. 1639 w toegekende vergoeding afstuit op de onherroepelijkheid van diens beschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff2b5c1894f62d9a19d00c78856d5ba95eb7d79f236b01252727c53cebdc7a2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff2b5c1894f62d9a19d00c78856d5ba95eb7d79f236b01252727c53cebdc7a2f, en de alinea staat in dat document op bytes 9147 tot 9816.