Citaat | Hoge Raad 21 februari 1989

Alinea 29 Hoge Raad 21 februari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0621.

Ondanks het feit, dat ik wist dat ik niet in Nederland mocht verblijven, ben ik op 3 mei 1987, te omstreeks 22.00 uur, gegaan naar de woning van [betrokkene 1] aan de [a-straat 1] te [plaats] . In die woning, waar ook de vriendin van [betrokkene 1] , genaamd [betrokkene 2] , aanwezig was, heb ik de nacht doorgebracht. De volgende dag, 4 mei 1987, kwamen er politieagenten in de woning die ons aanhielden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10112 tot 10544.