Citaat | Hoge Raad 21 februari 1989

Alinea 39 Hoge Raad 21 februari 1989

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0621.

Op zondag 3 mei 1997, omstreeks 22,00 uur, kwam de mij bekende [verdachte] aan de deur van mijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] , Ik liet hem in de woning.Mijn vrouw [betrokkene 2] was ook in onze woning. Op een gegeven moment zag ik dat er een bruine enveloppe op de tafel lag. Die enveloppe kende ik niet en was niet in mijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] voordat [verdachte] bij mij op bezoek kwam. Toen ik vroeg wat er in de enveloppe was, begon [verdachte] iets te lachen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 12204 tot 12709.