Citaat | Hoge Raad 21 februari 1989
Alinea 40 Hoge Raad 21 februari 1989
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0621.
Ik heb de enveloppe gepakt en zag dat er een bruin poeder in zat, waarvan ik eigenlijk wel zeker wist dat het heroïne was. [verdachte] vroeg toen of ik nog plastic zakjes had om de heroïne in te doen. Ik heb toen met [verdachte] met een theelepeltje deze heroïne in twee plastic zakjes gedaan. Ik heb een of twee Chineesjes genomen van de heroïne die door [verdachte] was meegenomen en bemerkte dat het inderdaad heroïne was, omdat ik de werking daarvan kende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 12746 tot 13224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea | shasum -a 256