Citaat | Hoge Raad 21 februari 1989
Alinea 55 Hoge Raad 21 februari 1989
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0621.
Overwegende, dat het hof het verweer van de raadsman van verdachte, inhoudende dat het bewijs onrechtmatig is verkregen omdat de inbeslaggenomen goederen zijn aangetroffen bij een huiszoeking waartoe artikel 9 van de Opiumwet geen bevoegdheid geeft, verwerpt, nu het binnentreden in de woning tegen de wil van de bewoner plaats vond op grond van een bijzondere schriftelijke last als bedoeld in artikel 9 lid 3 van de Opiunwet, terwijl de inbeslaggenomen goederen niet zijn gevonden in het kader van een huiszoeking, doch direct zichtbaar aanwezig waren, namelijk liggende op een tafeltje door de verbalisanten werden aangetroffen, respectievelijk door de bewoonster van de woning, [betrokkene 2] , uit een niet afgesloten kast en uit de zak van een badjas werden gepakt en aan de verbalisanten overhandigd, zodat de inbeslagname rechtmatig is geschied.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 16211 tot 17077.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3a80b05c64805c105ca8743effd827aca04993803a0fd41ea0036332245b9ea | shasum -a 256