Citaat | Hoge Raad 14 april 1989
Alinea 35 Hoge Raad 14 april 1989
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725.
3.4 Ten gunste van een bevestigende beantwoording van deze vraag valt in de eerste plaats erop te wijzen dat de rechter zich de laatste jaren steeds vaker voor de taak gesteld ziet om de wet aan verdragen te toetsen. Het gaat daarbij in toenemende mate om toetsing aan fundamentele rechten. Toetsing aan fundamentele rechtsbeginselen van de Nederlandse rechtsorde die nog geen uitdrukking hebben gevonden in enige, een ieder verbindende verdragsbepaling, zou bij deze ontwikkeling goed aansluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7daa2af1d683df875b233a2ca101c37959053d544844ede174ddd9f6f6e609fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7daa2af1d683df875b233a2ca101c37959053d544844ede174ddd9f6f6e609fc, en de alinea staat in dat document op bytes 10719 tot 11230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7daa2af1d683df875b233a2ca101c37959053d544844ede174ddd9f6f6e609fc | shasum -a 256