Citaat | Hoge Raad 1 juni 1990

Alinea 66 Hoge Raad 1 juni 1990

Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB7625.

Met betrekking tot stelling d), inhoudende dat Donkelaar vóór de comparitie bij de notaris niet door Unigro was voorgelicht over de bepalingen van de te tekenen afname-overeenkomst en dat bij die comparitie geen bijzondere aandacht is gevestigd op het beding omtrent de duur van de overeenkomst, heeft het Hof niet alleen in rov. 4.20 tot uitdrukking gebracht dat Unigro naar 's Hofs oordeel niet behoefde te begrijpen dat Donkelaar nog zo ondeskundig en onervaren was dat zij de reikwijdte en de betekenis van de afnameverplichting niet kon onderkennen toen deze haar bij de notaris werd voorgelegd, maar bovendien in rov. 4.22 overwogen dat aan de bezwaren Van Donkelaar veeleer latere ontwikkelingen, in het kader van de "Club 199"/"Super"-formule, ten grondslag liggen, dan enige bij de aanvang bestaande onevenredigheid van de wederzijdse prestaties en verplichtingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5b54b132bc0a629429b2096c99dd2dbcdd709d7ac4929e32db21fb3844e918a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5b54b132bc0a629429b2096c99dd2dbcdd709d7ac4929e32db21fb3844e918a, en de alinea staat in dat document op bytes 18680 tot 19644.