Citaat | Hoge Raad 1 juni 1990

Alinea 67 Hoge Raad 1 juni 1990

Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB7625.

Voorts heeft het Hof ook de in het onderdeel met verwijzing naar onderdeel 5 aan de orde gestelde verhouding tussen de wederzijdse prestaties en verplichtingen in zijn overwegingen betrokken. Zoals uit 's Hofs rov. 4.22 en 4.23 blijkt, heeft het Hof geoordeeld dat het door Donkelaar gestelde niet de conclusie wettigt dat de overeenkomst "naar de redelijke verwachting die partijen bij het aangaan ervan mochten koesteren voor haar in die mate financieel of anderszins nadelig was, dat Unigro van het sluiten van die overeenkomst had moeten afzien." De voormelde oordelen van het Hof geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en geven in verbinding met de overige oordelen van het Hof, verband houdende met Donkelaars beroep op misbruik van omstandigheden, een toereikende motivering van de verwerping van dat beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5b54b132bc0a629429b2096c99dd2dbcdd709d7ac4929e32db21fb3844e918a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5b54b132bc0a629429b2096c99dd2dbcdd709d7ac4929e32db21fb3844e918a, en de alinea staat in dat document op bytes 19650 tot 20489.