Citaat | Hoge Raad 5 september 1990
Alinea 31 Hoge Raad 5 september 1990
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB9154.
4.1. De vier middelen richten zich alle tegen het oordeel van de Ondernemingskamer, volgens hetwelk de P.G. niet in zijn vordering kan worden ontvangen, omdat niet is komen vast te staan dat die vordering is ingesteld "in het openbaar belang" zoals vereist ingevolge artikel 999 lid 2 Rv. Dit oordeel berust, kort samengevat, hierop dat de enkele omstandigheid dat naar het oordeel van de P.G. een bepaalde jaarrekening cum annexis niet overeenkomstig de wettelijke eisen is ingericht, niet voldoende is om hem bevoegd te doen zijn een vordering tot wijziging van die jaarrekening in te stellen, doch dat daartoe een specifiek openbaar belang - niet gelegen in de naleving van de voor de jaarrekening geldende wettelijke bepalingen - nodig is. Daarbij dient - aldus de Ondernemingskamer - de P.G. feiten en omstandigheden aan te voeren, op grond waarvan kan worden aangenomen dat het openbaar belang de wijzigingen vergt; de door de P.G. gestelde feiten en omstandigheden zijn evenwel onvoldoende om zulks aan te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8, en de alinea staat in dat document op bytes 10708 tot 11740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8 | shasum -a 256