Citaat | Hoge Raad 5 september 1990
Alinea 37 Hoge Raad 5 september 1990
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB9154.
4.6. Voor zover de middelen 1 en 2 blijkens de daarop gegeven toelichting mede de klacht inhouden dat de Ondernemingskamer ten onrechte zou hebben aangenomen dat de P.G. geen ander openbaar belang heeft gesteld dan het in naleving van de wet gelegen belang, missen zij feitelijke grondslag. De Ondernemingskamer heeft immers overwogen dat de P.G. naast zijn beroep op het belang van naleving van de wet bij conclusie van repliek heeft aangevoerd dat het belang van de rechtszekerheid "in een kardinale kwestie van jaarrekeningrecht" en het belang van een rechterlijke uitspraak die de praktijk tot richtsnoer kan dienen, zijn optreden wettigde, en geoordeeld dat, aangenomen al dat zich rechtsonzekerheid voordoet met betrekking tot (één van) de punten waarop de jaarstukken van Nedlloyd niet aan de wettelijke voorschriften zouden voldoen, zulks niet zonder meer impliceert dat het openbaar belang de correctie van die stukken vergt. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Hierbij verdient opmerking dat de beoordeling of in een concreet geval een openbaar belang als bedoeld in artikel 999, lid 2, Rv aanwezig is, afhankelijk is van de waardering van tal van feiten en omstandigheden, zoals: het antwoord op de vraag of het gestelde gebrek in de jaarrekening ertoe kan leiden dat zij die belang hebben bij een goed inzicht in de financiële positie van de onderneming, een onjuist beeld zullen krijgen met betrekking tot punten van wezenlijk belang, zoals de solvabiliteit of de rentabiliteit en, al dan niet in verband daarmede, de continuïteit van de onderneming; en voorts de omvang van de onderneming van de betrokken rechtspersoon, en het aantal van de op enigerlei wijze bij de financiële positie van die onderneming betrokkenen. Bij de beoordeling van dit een en ander kan mede gewicht toekomen aan de omstandigheid dat er met betrekking tot de uitleg van de betrokken bepalingen van jaarrekeningrecht rechtsonzekerheid bestaat en de praktijk behoefte heeft aan een rechterlijke uitspraak die tot richtsnoer kan dienen; de aanwezigheid van deze enkele omstandigheid brengt echter niet noodzakelijk mede dat aan het vereiste van een openbaar belang als bedoeld in artikel 999, lid 2, Rv is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8, en de alinea staat in dat document op bytes 14378 tot 16625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd09ec99c8d8a8888b3172e2b9ce722279ac8b4acc6e7a581e8a24e324f926f8 | shasum -a 256