Citaat | Hoge Raad 9 maart 1990
Alinea 38 Hoge Raad 9 maart 1990
Een alinea uit Hoge Raad 9 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC0791.
3.2 Voorop moet worden gesteld dat ingevolge art. 1639 h lid 4, eerste zin, een ontslag ‘’gedurende de zwangerschap’’ van de werkneemster nietig is. Blijkens de parlementaire geschiedenis, weergegeven in de conclusie van het Openbaar Ministerie, is de strekking van deze regel de arbeidsrechtelijke positie van de werkneemster te versterken en een wettelijke waarborg te geven dat de werkneemster niet tijdens haar zwangerschap haar arbeidsplaats verliest, waarbij kennelijk heeft meegewogen dat het voor een werkneemster in het algemeen moeilijk zal zijn om tijdens haar zwangerschap aan nieuw werk te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adea38644758c898ca9636d7cd3f55022c0e1675cbb08dd18773cbca7a93c351. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adea38644758c898ca9636d7cd3f55022c0e1675cbb08dd18773cbca7a93c351, en de alinea staat in dat document op bytes 9458 tot 10125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adea38644758c898ca9636d7cd3f55022c0e1675cbb08dd18773cbca7a93c351 | shasum -a 256