Citaat | Hoge Raad 12 januari 1990
Alinea 43 Hoge Raad 12 januari 1990
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC2325.
3.3 Voorop moet worden gesteld dat de regeling van art. 40, derde lid, meebrengt dat, zo instandhouding van de dienstbetrekking niet in het belang van de boedel is, de werknemers in bepaalde gevallen kunnen worden ontslagen op een kortere termijn dan uit de overeenkomst of de wettelijke termijnen van opzegging voortvloeit, en dat deze wettelijke regeling aldus is getroffen teneinde te vermijden dat de boedelschulden, die krachtens het vierde lid door het voortduren van de arbeidsovereenkomst na de faillietverklaring ontstaan, zouden oplopen tot een door de wetgever niet verantwoord geachte hoogte. Deze regeling berust aldus op een afweging van het belang van de betrokken werknemers en dat van de faillissementscrediteuren, welke afweging bij de wetten van 17 december 1953, Stb. 619, en van 30 mei 1968, Stb. 270, telkens opnieuw onder ogen is gezien (HR 5 december 1975, NJ 1976, 269). Na de in deze zaak aan de orde gestelde feiten is dat opnieuw gebeurd bij de Wet van 1 december 1988, Stb. 573.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e37b98132aae1518a04be485d2da1867f5c004280625f6f8f89d9a8d7b4ad3db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e37b98132aae1518a04be485d2da1867f5c004280625f6f8f89d9a8d7b4ad3db, en de alinea staat in dat document op bytes 11832 tot 12853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e37b98132aae1518a04be485d2da1867f5c004280625f6f8f89d9a8d7b4ad3db | shasum -a 256