Citaat | Hoge Raad 26 januari 1990

Alinea 32 Hoge Raad 26 januari 1990

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1017.

De klachten treffen doel. Ook indien, zoals naar het oordeel van de Rechtbank hier het geval is, een ingevolge art. 1639w lid 8 verleende vergoeding mede is toegekend ter vergoeding van immateriële schade geleden tengevolge van handelingen van de werkgever welke in een vervolgens op grond van art. 1637w ingestelde rechtsvordering ten grondslag worden gelegd aan een eis tot schadevergoeding wegens — kort gezegd — wanprestatie van de werkgever, sluit zulks de toewijsbaarheid van laatstbedoelde vordering niet uit. Dit volgt uit het verschil in rechtskarakter tussen enerzijds de discretionaire vaststelling van een vergoeding bij ontbinding wegens verandering van omstandigheden als bedoeld in art. 1639w lid 8, anderzijds de begroting van de niet op geld waardeerbare schade veroorzaakt door rechtens op vergoeding aanspraak gevende wanprestatie van de werkgever als bedoeld in art. 1637w.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27e1229561d721c7cadf57046fd732ef6fa5e43e61ec9dc17aa1feb80137349d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27e1229561d721c7cadf57046fd732ef6fa5e43e61ec9dc17aa1feb80137349d, en de alinea staat in dat document op bytes 9552 tot 10463.