Citaat | Hoge Raad 23 maart 1990

Alinea 26 Hoge Raad 23 maart 1990

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1066.

3.1 Inzet van het cassatieberoep is de vraag of het Hof de opvangouders terecht niet ontvankelijk heeft verklaard in hun hoger beroep tegen de beschikking van de Kinderrechter van 16 februari 1989, waarbij de termijn van plaatsing van [het kind] in het tehuis ‘’Westland’’ met drie maanden werd verlengd. Reeds eerder, bij beschikking van 25 november 1988, had de Kinderrechter [het kind] , die toen al bijna twee jaar in het gezin van de opvangouders verbleef — eerst in het kader van haar voorlopige toevertrouwing aan de Raad voor de Kinderbescherming en aansluitend daaraan krachtens in het kader van haar ondertoezichtstelling gegeven plaatsingsbeschikkingen — in ‘’Westland’’ geplaatst, maar die beschikking is in afwachting van een uit te brengen nader rapport niet geeffectueerd. Op grond van de voormelde beschikking van 16 februari 1989 is [het kind] , buiten aanwezigheid van de opvangouders en zonder dat zij daarvan vooraf op de hoogte waren, op 2 maart 1989 bij het opvanggezin weggehaald en naar het tehuis ‘’Westland’’ gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad, en de alinea staat in dat document op bytes 8595 tot 9681.