Citaat | Hoge Raad 23 maart 1990
Alinea 31 Hoge Raad 23 maart 1990
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1066.
De omstandigheid dat het verblijf van een kind bij opvangouders krachtens plaatsing in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel van tijdelijke aard is sluit niet uit dat tussen de opvangouders en het kind gezinsleven in de zin van art. 8 EVRM bestaat. In het onderhavige geval heeft het Hof vastgesteld dat [het kind] ongeveer twee en een half jaar oud was toen zij in het gezin van de opvangouders kwam wonen, dat de opvangouders haar, tevens met instemming van de ouders, gedurende ongeveer twee jaren hebben verzorgd en opgevoed, dat zij haar de genegenheid en aandacht hebben gegeven die zij nodig had en dat er een hechte band is ontstaan tussen de opvangouders en [het kind] — die hen mamma en pappa noemde — in het bijzonder tussen haar en de opvangmoeder. Op grond van deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat tussen [het kind] en de opvangouders gezinsleven in de zin van art. 8 bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad, en de alinea staat in dat document op bytes 11661 tot 12586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad | shasum -a 256