Citaat | Hoge Raad 23 maart 1990
Alinea 32 Hoge Raad 23 maart 1990
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1066.
De vervolgens te beantwoorden vraag is, of de toepassing van art. 945 lid 3 in verband met art. 910 lid 1 Rv., ertoe leidende dat de opvangouders niet de mogelijkheid hebben in beroep te komen van een beslissing van de Kinderrechter als de onderhavige, de grenzen te buiten gaat van hetgeen door art. 8 lid 2 EVRM, gelezen in verband met de art. 6 en 14, wordt toegelaten. Dat is het geval, nu het hier gaat om een beschikking van de kinderrechter die de voortzetting van het gezinsleven van de opvangouders met [het kind] raakt, waaraan niet afdoet de omstandigheid dat een ondertoezichtstelling, ook ingeval in het kader daarvan het verblijf bij de pleegouders wordt gecontinueerd, in beginsel is gericht op instandhouding van de band tussen de ouders en het kind (HR 10 maart 1989, NJ 1990, 24).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad, en de alinea staat in dat document op bytes 12592 tot 13404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bcf2fc07e3a917ca909dd53e25f1ee89ded90ce3fd281f4077b0e66b6d48aad | shasum -a 256