Citaat | Hoge Raad 29 mei 1990
Alinea 116 Hoge Raad 29 mei 1990
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1139.
10.2. Voorts heeft verdachtes raadsman zich beroepen op de onrechtmatigheid van de bewijsverkrijging, voorzover bewijsmateriaal uit, danwel als rechtstreeks gevolg van het onrechtmatig afluisteren van telefoongesprekken is verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce3905d6c150542721b5308151bfebbfc8aae983827c5303d89ee4a866743bfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce3905d6c150542721b5308151bfebbfc8aae983827c5303d89ee4a866743bfb, en de alinea staat in dat document op bytes 36305 tot 36551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce3905d6c150542721b5308151bfebbfc8aae983827c5303d89ee4a866743bfb | shasum -a 256