Citaat | Hoge Raad 29 mei 1990

Alinea 97 Hoge Raad 29 mei 1990

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1139.

Als moet worden aangenomen dat geen overleg is gevoerd, valt niet in te zien waarom juist op 4 maart 1986 moest worden opgetreden. De verdenking, ontstaan uit het afluisteren van diverse telefoonaansluitingen sinds 11 februari 1986, bestond al geruime tijd. Er was voldoende gelegenheid om verlof te vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce3905d6c150542721b5308151bfebbfc8aae983827c5303d89ee4a866743bfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce3905d6c150542721b5308151bfebbfc8aae983827c5303d89ee4a866743bfb, en de alinea staat in dat document op bytes 31529 tot 31849.