Citaat | Hoge Raad 22 juni 1990
Alinea 38 Hoge Raad 22 juni 1990
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1165.
3.2 Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In het onderhavige geval is gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot versnelde invordering uit hoofde van de artt. 9, aanhef en onder 2°, en 14 bis in verbinding met art. 14 van de Invorderingswet van 22 mei 1845. Deze bevoegdheid strekt ertoe om de fiscus, in situaties waarin de invordering illusoir dreigt te worden, in staat te stellen om een belastingaanslag terstond en voor het volle bedrag in te vorderen met doorbreking van de voor andere gevallen geldende termijnen. Uit art. 10 van de Invorderingswet volgt dat de verplichting tot betaling niet wordt opgeschort door bezwaar of beroep ter zake van de aanslag. Uit art. 15 volgt voorts dat wel verzet tegen de tenuitvoerleging van het dwangbevel mogelijk is, doch dat dit verzet - dat in beginsel de tenuitvoerlegging niet schorst - niet gericht kan zijn tegen de wettigheid of het bedrag van de aanslag. In dit stelsel ligt besloten dat het de burgerlijke rechter niet vrij staat de wettigheid en de juistheid van het bedrag van de aanslag te toetsen - zoals ook strookt met de formele rechtskracht die aan een dergelijke beschikking toekomt - en dat hij voorts ook niet executiemaatregelen uit hoofde van een op grondslag van die aanslag uitgevaardigd dwangbevel onrechtmatig kan oordelen op de enkele grond dat het bedrag dat bij die aanslag is vastgesteld en waarvoor die maatregelen dan ook zijn genomen, na bezwaar of beroep tenslotte wordt verminderd, zulks ongeacht tot welk bedrag die vermindering plaats vindt en of zij geschiedt krachtens overeenkomst - zoals hier - of uit anderen hoofde. Wel is het de taak van de burgerlijke rechter - eventueel in het kader van een vordering tot schadevergoeding als de onderhavige - te onderzoeken of door de Staat onrechtmatig is gehandeld doordat in het kader van de versnelde invordering in de gegeven omstandigheden door de Inspecteur bij het vaststellen van de betreffende aanslagen, onderscheidenlijk door de Ontvanger bij de tenuitvoerlegging, in strijd is gehandeld met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waarbij in een geval als het onderhavige in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel aan de orde zal kunnen komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1fdf8d2ccc519d0299bb180715a6a651317eec5a054fff7b97ffa80853ee84a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1fdf8d2ccc519d0299bb180715a6a651317eec5a054fff7b97ffa80853ee84a, en de alinea staat in dat document op bytes 10428 tot 12665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1fdf8d2ccc519d0299bb180715a6a651317eec5a054fff7b97ffa80853ee84a | shasum -a 256