Citaat | Hoge Raad 19 oktober 1990

Alinea 33 Hoge Raad 19 oktober 1990

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1456.

Voor zover het middel voorts - in het bijzonder in onderdeel 3 - een afzonderlijke klacht bedoelt te richten tegen het gedeelte van 's Hofs rechtsoverweging 4.2, waarin het Hof in verband met de hier voor onrechtmatigheid te stellen eisen spreekt van "handelen met, in de sfeer van het spel, grove onvoorzichtigheid", faalt het eveneens. Het Hof heeft met deze wending tot uitdrukking gebracht dat gedragingen in het kader van het tennisspel, die buiten de spelsituatie onvoorzichtig en daarom onrechtmatig zouden zijn geweest, binnen de spelsituatie dit karakter niet behoeven te hebben, omdat de deelnemers aan het spel gedragingen waartoe het spel uitlokt, waaronder onvermijdelijk van tijd tot tijd ook misslagen, over en weer van elkaar hebben te verwachten, terwijl een dergelijke gedraging niet onzorgvuldig wordt op de enkele grond dat zij door een ongelukkige samenloop van omstandigheden tot gevolg heeft dat een der deelnemers ernstig letsel oploopt. Aldus opgevat geeft 's Hofs voormelde overweging geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7d2c062d829179506c12a410939f0a00112a14ce2040895c60f676d08b2b4ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7d2c062d829179506c12a410939f0a00112a14ce2040895c60f676d08b2b4ec, en de alinea staat in dat document op bytes 9841 tot 10909.