Citaat | Hoge Raad 5 januari 1990
Alinea 39 Hoge Raad 5 januari 1990
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD8102.
- (2°) zijn stelling dat het verzoek tot tenuitvoerlegging ten onrechte niet door een procureur is ingediend, omdat te dezen, anders dan de Raad en Jugendamt hebben aangenomen, op grond van het voorbehoud dat is gemaakt in art. 2 van de Rijkswet van 27 september 1961 (Stb. 302), houdende goedkeuring van het op 20 juni 1956 te New York gesloten Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud, Trb. 1957, 121 (verder: het Verdrag van New York) moet worden aangenomen dat dit verdrag te deze niet van toepassing is, zodat de Raad zich niet van de verplichte rechtsbijstand ontheven kon achten uit hoofde van art. 8 lid 1 van de uitvoeringswet bij dat verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3002cb2bec5b38c5b82ed4652b0c6c506bc82a7f44af02c37970945864fc5eb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3002cb2bec5b38c5b82ed4652b0c6c506bc82a7f44af02c37970945864fc5eb3, en de alinea staat in dat document op bytes 10503 tot 11203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3002cb2bec5b38c5b82ed4652b0c6c506bc82a7f44af02c37970945864fc5eb3 | shasum -a 256